Header foto
Hoogbegaafd

Wat is hoogbegaafdheid?  

Er bestaat geen algemeen geldende definitie van hoogbegaafdheid. Wel is het inmiddels duidelijk dat hoogbegaafdheid veel meer is dan het hebben van een hoog IQ (+130). Dit blijkt o.a. uit de bevindingen van Renzulli en Mönks. 

Hun model geeft weer dat hoogbegaafdheid – hoge intellectuele capaciteiten gecombineerd met motivatie en creativiteit – pas tot bloei komt in een ondersteunende omgeving.  

Tessa Kieboom introduceerde naast bovenstaande ‘cognitieve luik’ het ‘zijnsluik’, wat ons meer inzicht geeft in hoe het voelt om hoogbegaafd te zijn. Vier zijnskenmerken spelen een rol: 

  1. Perfectionisme 
  2. Rechtvaardigheidsgevoel
  3. Hoogsensitiviteit
  4. Kritische instelling

Nu we een goed beeld hebben van hoogbegaafdheid, nog een paar misvattingen: 

  • Een hoogbegaafd kind heeft geen uitleg nodig, die weet alles toch al? 
  • Als je onder de 130 scoort op een IQ test kan je nooit hoogbegaafd zijn. 
  • Een kind met een hoog IQ doet het altijd heel goed op school, maakt weinig fouten en haalt hoge cijfers. 
  • Hoogbegaafde kinderen lopen sociaal-emotioneel vaak wat achter. 
  • Er is iets mis met je als je hoogbegaafd bent.
  • Het is goed om het hoogbegaafde kind af te remmen in de ontwikkeling, anders passen ze er niet meer bij.
  • Het hoogbegaafde kind moet zich maar aanpassen, anders leert het nooit in de maatschappij te functioneren.
  • Hoogbegaafde kinderen hebben pushende ouders. 

Wil je verder de diepte in gaan en meer lezen over hoogbegaafdheid, klik dan op onderstaande onderwerpen: 

Delphi-model

Volgens het relatief recente Delphi model is een hoogbegaafde… “een nieuwsgierig, sensitief en emotioneel mens. Hij of zij is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Verder is hij of zij autonoom, gedreven van aard en intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.” 

In dit plaatje zien we dat hoogbegaafde mensen op een ‘hoogsensitieve manier’ waarnemen. De theorie van de overexcitabilities van Dabrowski geeft meer inzicht in wat dit kan betekenen.  

De overexcitabilities van Dabrowski

De persoonlijkheidstheorie van Dabrowski geeft meer inzicht in deze gevoeligheid van hoogbegaafden. Hij spreekt over vijf gebieden van gevoeligheden, de overexcitabilitiesdie sterker aanwezig zijn in hoogbegaafde mensen en duiden op een groot potentieel om te groeien. Dit wordt uitgewerkt in o.a. het boek Living with intensity van Daniels en Piechowski (2009).  

De vijf overexcitabilities:

Psychomotorisch (1) 

Deze hoge prikkelgevoeligheid wordt vaak gezien bij kinderen met een hoog IQ. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een hoog energie niveau. Het kan zich uiten door een grote beweeglijkheid, opgewondenheid, snel praten, impulsiviteit, lichamelijke onrust, bezig willen zijn, gedrevenheid, competitiviteit. Het gaat om de capaciteit actief en energiek te zijn. 

Het is moeilijk voor deze kinderen om stil te zitten, en ook hun slaapbehoefte kan drastisch minder zijn dan die van leeftijdsgenoten. 

Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door overdreven veel praten en kletsen; impulsieve acties, zenuwachtig gedrag (tics, nagelbijten, trommelen met de vingers), workaholic gedrag, de clown uithangen. 

Zintuiglijk (2) 

Dit is een verhoogde pikkelgevoeligheid voor zintuiglijk en esthetisch vermogen . Het kan zich uiten door het sterk genieten van zintuiglijke waarnemingen, van schoonheid, beeldende kunst, literatuur, muziek, geluiden, kleur, vormen, verhoudingen, de natuur. Het kan zich ook uiten door een drang naar comfort en luxe, de behoefte om bewonderd te worden en in de schijnwerpers te staan of in een snelle geprikkeldheid van de huid (geen labeltje aan kleren kunnen verdragen, sokken binnenstebuiten willen, geen nauwsluitende kleding verdragen). 

Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben plezier in zien, ruiken, proeven, aanraken en horen; ze zijn verheugd en verrukt over mooie voorwerpen, over mooie woorden, over muziek, vormen en kleuren, harmonie en evenwicht. 

Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door veel, lekker eten, al jong seksueel gretig zijn, behoefte aan funshopping, prinsessengedrag en heel veel aandacht willen. 

Intellectueel (3) 

Deze hoge prikkelgevoeligheid is hét kenmerk van kinderen met een hoog IQ. Deze hoogbegaafde kinderen hebben vaak een neiging om diepgravende vragen te stellen, problemen op te lossen en te zoeken naar dé waarheid. Het kan zich uiten door alles te willen analyseren, gepreoccupeerd zijn door logica en theoretische problemen, een scherp observatievermogen, onafhankelijk denken, kritisch zijn, symbolisch denken, ontwikkelen van nieuwe ideeën en concepten, denken over het eigen denken. 

Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben een intellectuele honger: ze zijn onverzadigbaar nieuwsgierig, geconcentreerd, ze hebben een vermogen tot aanhoudende intellectuele inspanning, het zijn vaak gretige lezers, ze kunnen scherp observeren, zich dingen gedetailleerd herinneren, gedetailleerde plannen maken. Ze hebben vaak het vermogen tot zelfreflectie. Ze houden van denken over denken, ze hebben een liefde voor theorie en analyse, ze verdiepen zich in logica, in morele vraagstukken en introspectie. Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door te kritisch zijn naar zichzelf en anderen, perfectionisme en betweterigheid. Tevens kan de focus op morele vraagstukken het kind tot wanhoop drijven door zijn hulpeloosheid. 

Verbeelding (4) 

Dit is een verhoogde prikkelgevoeligheid van de verbeeldingskracht. Het kan zich uiten door frequent gebruik van beelden en metaforen in de taal, poëtisch taalgebruik, sterk vermogen tot gedetailleerde en levendige visualisaties, inventief en fantasievol zijn, snel wegdromen bij verveling, imaginaire vriendjes hebben, het leven dramatiseren, magisch en animistisch denken. 

Verbeelding zorgt voor vreugde en creativiteit in het dagelijks leven en helpt bij de ontwikkeling van de intellectuele gaven. Einstein heeft gezegd: “Verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis.“ 

Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door fantasie en werkelijkheid niet meer kunnen scheiden, leven in een schijnwereld, heftige dromen en zich dingen verbeelden. 

Emotioneel (5) 

De hoge prikkelgevoeligheid voor emoties is vaak de eerste van de prikkelgevoeligheden die ouders merken. Het verwijst naar de intensiteit en complexiteit van de emoties, naar andere dingen voelen dan anderen, naar zeer sterk aanvoelen wat de emoties van anderen zijn en zich ermee identificeren, hoogsensitief zijn. 

Het kan zich uiten door het hebben van complexe gevoelens en emoties, een sterk en verfijnd gevoelsbewustzijn, een sterk vermogen tot empathie, een sterke gehechtheid aan personen, dieren of plaatsen en een emotionele intensiteit en sensitiviteit voor bijzondere kenmerken in een situatie, die niet iedereen opvallen. Deze kinderen kunnen ook erg verlegen zijn en zijn zich sterk bewust van hun eigen gevoelens en hoe ze veranderen. 

Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door psychosomatische klachten (buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen, blozen, hartkloppingen, opvliegers, warm worden, zweethanden), het vasthouden aan gevoelsherinneringen van ervaringen in het verleden, veel bezig zijn met de dood, angstig zijn, depressieve gevoelens of last van depressie, een intens gevoel van eenzaamheid, last van schuldgevoelens en zelfs zelfmoordgedachten. 

Deze kinderen kunnen heel extreem reageren (enthousiast, extatisch, euforisch, trots, schuldig, angstig) en krijgen vaak te horen dat ze zich niet zo moeten aanstellen. Hun mededogen en bezorgdheid voor anderen, hun focus de verbinding met anderen en de intensiteit van hun gevoelens zal regelmatig lastig zijn in het gewone leven en zal irritatie opwekken bij mensen die deze prikkelgevoeligheid niet begrijpen. 

Michael Piechowski (Poolse bioloog, neuroloog en psycholoog) voegde hier onlangs een zesde gevoeligheid aan toe: de intuïtie, waarmee hij wil
aangeven hoe sterk intuïtief-gevoelig deze kinderen zijn. 

Hoogbegaafdheid bij kinderen

Volgens onderzoek hebben ouders in 85%-95% van de gevallen gelijk wanneer zij aangeven dat zij denken dat hun kind hoogbegaafd is. Natuurlijk zijn bij ieder onderzoek kritische kanttekeningen te plaatsen, bovendien bevestigen uitzonderingen de regel. Echter, wanneer je als ouder(s) of verzorger(s) sterke vermoedens hebt dat je kind hoogbegaafd is, is het verstandig om er rekening mee te houden dat dit gevoel juist is. 

Hoe de hoogbegaafdheid tot uiting komt verschilt van kind tot kind. Het is ook gedeeltelijk afhankelijk van de omgeving en gezinssamenstelling. Het is wel degelijk mogelijk dat hoogbegaafdheid al bij een baby zichtbaar is. Een hoogbegaafde baby kan bijvoorbeeld moeite hebben met het verwerken van prikkels omdat alle prikkels intens binnenkomen. Sommige baby’s zijn veelvuldig of snel boos omdat hun lichaam nog niet kan wat hun hoofd wil. Deze frustratie kan zich ook nog op latere leeftijd laten zien. 

Sommige hoogbegaafde kinderen hebben een grote voorsprong, maar niet altijd en soms ook niet gelijk duidelijk zichtbaar. Ook als een hoogbegaafd kind niet zelf om extra uitdaging vraagt en “gewoon gelukkig” is, is het belangrijk om het kind toch voldoende uitdaging te bieden. Een hoogbegaafd kind denkt, voelt en handelt op een andere manier, in een andere volgorde of door het overslaan van stappen.. Het kind denkt, voelt en handelt vanuit begrip. Het heeft vaak meer moeite met automatiseren, met stap voor stap leren. Top down aanbieden van lesstof is belangrijk, leren vanuit het grote geheel naar de delen. Het kan ook een stuk moeilijker zijn om aansluiting te vinden met leeftijdsgenootjes, met soms pesten en uitsluiting tot gevolg. 

Hoogbegaafde kinderen zijn motorisch heel vroeg, of motorisch heel laat in hun ontwikkeling. Ze spreken vroeg goed en duidelijk, of juist gewoon gemiddeld of heel laat. Het ene kind rekent en leest met 2,5 jaar het andere kind lijkt een gemiddelde ontwikkeling door te maken tot er in groep 5 opeens een IQ van 145+ uit een test komt. Er kan een vertekend beeld ontstaan, omdat jonge kinderen zich met sprongen ontwikkelen. Een didactische voorsprong is gemakkelijker te herkennen, als het kind tenminste wil laten zien wat het kan. 

Kortom, allemaal tegenstrijdigheden, haken, ogen en uitdagingen. Hoogbegaafdheid laat zich niet in een hokje duwen. In het belang van het kind is het voor optimale ontwikkeling belangrijk dat zij voorzien worden in hun behoeftes. Voor het hoogbegaafde kind liggen die behoeftes vaak (net even) anders dan de behoeftes van kinderen in het algemeen. Wanneer er vermoeden is van ontwikkelingsvoorsprong en/of (hoog)begaafdheid zijn kind en ouders van harte welkom bij Metavidu. Vanuit onze zeer brede expertise kunnen wij de situatie in kaart brengen en waar nodig ondersteunen met advies, begeleiding en behandeling. 

Hoogbegaafdheid als uitdaging  

Afwijken van de norm brengt uitdagingen met zich mee. Het komt vaak voor dat hoogbegaafde individuen niet bereiken wat ze voor ogen hebben, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de zes profielen van hoogbegaafde leerlingen van Betts & Neihart (1988 & 2010). Deze indeling is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in begeleiding van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs.  

Deze profielen verschillen wat betreft het sociale aspect en de prestaties van de leerlingen. Sommige hoogbegaafde kinderen en jongeren zijn té aangepast of juist té onaangepast, en sommige presteren slecht ondanks hun vermogens. Bij de zelfsturende autonome leerling komen zijn kwaliteiten werkelijk tot uiting. Onderpesteren kan – bijvoorbeeld – te maken hebben met onderontwikkelde executieve vaardigheden, aangezien deze vaardigheden op jonge leeftijd vaak minder aangesproken worden. Onze diensten zijn specifiek gericht op de uitdagingen en kansen van hoogbegaafdheid.