Header foto
(Hoog)begaafdheid en HSP

Wat is hoogbegaafd eigenlijk? Er is niet een algemeen geldende definitie van hoogbegaafdheid. De betekenis verschilt van tijd tot tijd, van land tot land en van persoon tot persoon. Hoogbegaafdheid wordt snel geassocieerd met ‘heel slim’ zijn, met excellente resultaten op school, met het behalen van diploma’s die leiden naar de meest aansprekende banen die er bestaan en naar maatschappelijk succes. De werkelijkheid is meestal anders. Het is dus heel belangrijk dat we tenminste duidelijk kunnen afspreken wat het huidige plaatselijke uitgangspunt is. Ergens moet een grens liggen. Meestal wordt een IQ van 130 genoemd als ‘voorwaarde’ voor hoogbegaafdheid. Met andere woorden, als je op een bepaald moment 130 of hoger hebt gescoord op een IQ test ben je (mogelijk) hoogbegaafd. Hoogsensitiviteit komt meestal voor bij hoogbegaafdheid, maar iemand kan ook hoogsensitief zijn zonder hoogbegaafd te zijn (IQ op of onder het gemiddelde). Er zijn veel modellen, theorieën en visies te vinden over hoogbegaafdheid waaronder die van Renzulli, Mönks, Gagné, Heller, Gardner, Sternberg en Piirto. Hierin komt onder andere de rol van motivatie, doorzettingsvermogen en omgevingsfactoren aan de orde. Men verschilt van mening of hoogbegaafdheid een algemeen gegeven is of dat iemand ook op een deelgebied hoogbegaafd kan zijn. Waar eigenlijk alle experts het tegenwoordig wel over eens zijn, is dat hoogbegaafdheid veel meer is dan alleen maar een hoog IQ.

Als iemand hoogintelligent is, betekent dat dus niet automatisch dat er sprake is van hoogbegaafdheid. Als hoogbegaafdheid niet op de juiste manier wordt of is begeleid, kan het zijn dat de intelligentie van de persoon niet of nooit tot uiting komt/ is gekomen, waardoor een hoogbegaafde niet per se meteen “slim” over hoeft te komen. Hoogbegaafdheid ligt onder andere in het anders denken dan niet hoogbegaafde personen, en niet zoals velen denken enkel in het behalen van goede werkprestaties. De zogenaamde zijnskenmerken spelen een grote rol. Volgens het zijnsluik van Tessa Kieboom zijn deze:

  • Perfectionisme -> faalangst

  • Sterk gevoel voor rechtvaardigheid

  • Hypergevoeligheid

  • Kritische instelling

Het Delphi model maakt het ook mogelijk breder te kijken naar hoogbegaafdheid. Een hoogbegaafde is een nieuwsgierig, sensitief en emotioneel mens. Hij of zij is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Verder is hij of zij autonoom, gedreven van aard en intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.

De overexitabilities van Dabrowski geven weer een ander inzicht, het is nagenoeg onmogelijk om een hoogbegaafd kind te vinden zonder minstens één van de overexcitabilities.
Deze bestaan uit:
Psychomotorisch (lichamelijk)
Deze hoge prikkelgevoeligheid wordt vaak gezien bij kinderen met een hoog IQ. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een hoog energie niveau. Het kan zich uiten door een grote beweeglijkheid, opgewondenheid, snel praten, impulsiviteit, lichamelijke onrust, bezig willen zijn, gedrevenheid, competitiviteit. Het gaat om de capaciteit actief en energiek te zijn.
Het is moeilijk voor deze kinderen om stil te zitten, en ook hun slaapbehoefte kan drastisch minder zijn dan die van leeftijdsgenoten.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door overdreven veel praten en kletsen; impulsieve acties, zenuwachtig gedrag (tics, nagelbijten, trommelen met de vingers), workaholic gedrag, de clown uithangen.

Zintuiglijk gevoelig vermogen, sensueel
Dit is een verhoogde pikkelgevoeligheid voor zintuiglijk en esthetisch vermogen . Het kan zich uiten door het sterk genieten van zintuiglijke waarnemingen, van schoonheid, beeldende kunst, literatuur, muziek, geluiden, kleur, vormen, verhoudingen, de natuur. Het kan zich ook uiten door een drang naar comfort en luxe, de behoefte om bewonderd te worden en in de schijnwerpers te staan of in een snelle geprikkeldheid van de huid (geen labeltje aan kleren kunnen verdragen, sokken binnenstebuiten willen, geen nauwsluitende kleding verdragen).
Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben plezier in zien, ruiken, proeven, aanraken en horen; ze zijn verheugd en verrukt over mooie voorwerpen, over mooie woorden, over muziek, vormen en kleuren, harmonie en evenwicht.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door veel, lekker eten, al jong seksueel gretig zijn, behoefte aan funshopping, prinsessengedrag en heel veel aandacht willen.

Intellectueel (intense activiteit van de geest)
Deze hoge prikkelgevoeligheid is hét kenmerk van kinderen met een hoog IQ. Deze hoogbegaafde kinderen hebben vaak een neiging om diepgravende vragen te stellen, problemen op te lossen en te zoeken naar dé waarheid. Het kan zich uiten door alles te willen analyseren, gepreoccupeerd zijn door logica en theoretische problemen, een scherp observatievermogen, onafhankelijk denken, kritisch zijn, symbolisch denken, ontwikkelen van nieuwe ideeën en concepten, denken over het eigen denken.
Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben een intellectuele honger: ze zijn onverzadigbaar nieuwsgierig, geconcentreerd, ze hebben een vermogen tot aanhoudende intellectuele inspanning, het zijn vaak gretige lezers, ze kunnen scherp observeren, zich dingen gedetailleerd herinneren, gedetailleerde plannen maken. Ze hebben vaak het vermogen tot zelfreflectie. Ze houden van denken over denken, ze hebben een liefde voor theorie en analyse, ze verdiepen zich in logica, in morele vraagstukken en introspectie. Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door te kritisch zijn naar zichzelf en anderen, perfectionisme en betweterigheid. Tevens kan de focus op morele vraagstukken het kind tot wanhoop drijven door zijn hulpeloosheid.

Verbeelding, voorstellingsvermogen
Dit is een verhoogde prikkelgevoeligheid van de verbeeldingskracht. Het kan zich uiten door frequent gebruik van beelden en metaforen in de taal, poëtisch taalgebruik, sterk vermogen tot gedetailleerde en levendige visualisaties, inventief en fantasievol zijn, snel wegdromen bij verveling, imaginaire vriendjes hebben, het leven dramatiseren, magisch en animistisch denken.
Verbeelding zorgt voor vreugde en creativiteit in het dagelijks leven en helpt bij de ontwikkeling van de intellectuele gaven. Einstein heeft gezegd: “Verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis.“
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door fantasie en werkelijkheid niet meer kunnen scheiden, leven in een schijnwereld, heftige dromen en zich dingen verbeelden.

Emotioneel
De hoge prikkelgevoeligheid voor emoties is vaak de eerste van de prikkelgevoeligheden die ouders merken. Het verwijst naar de intensiteit en complexiteit van de emoties, naar andere dingen voelen dan anderen, naar zeer sterk aanvoelen wat de emoties van anderen zijn en zich ermee identificeren, hoogsensitief zijn.
Het kan zich uiten door het hebben van complexe gevoelens en emoties, een sterk en verfijnd gevoelsbewustzijn, een sterk vermogen tot empathie, een sterke gehechtheid aan personen, dieren of plaatsen en een emotionele intensiteit en sensitiviteit voor bijzondere kenmerken in een situatie, die niet iedereen opvallen. Deze kinderen kunnen ook erg verlegen zijn en zijn zich sterk bewust van hun eigen gevoelens en hoe ze veranderen.
Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door psychosomatische klachten (buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen, blozen, hartkloppingen, opvliegers, warm worden, zweethanden), het vasthouden aan gevoelsherinneringen van ervaringen in het verleden, veel bezig zijn met de dood, angstig zijn, depressieve gevoelens of last van depressie, een intens gevoel van eenzaamheid, last van schuldgevoelens en zelfs zelfmoordgedachten.
Deze kinderen kunnen heel extreem reageren (enthousiast, extatisch, euforisch, trots, schuldig, angstig) en krijgen vaak te horen dat ze zich niet zo moeten aanstellen. Hun mededogen en bezorgdheid voor anderen, hun focus de verbinding met anderen en de intensiteit van hun gevoelens zal regelmatig lastig zijn in het gewone leven en zal irritatie opwekken bij mensen die deze prikkelgevoeligheid niet begrijpen.Betts & Neihart (1988 & 2010) hebben zes verschillende profielen van hoogbegaafde leerlingen opgesteld. Deze indeling is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in begeleiding van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs. Zij komen tot zes typische profielen: